Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Aanvraag en beschikkingsprocedure

Onderdeel van Subsidieverordening Gemeentelijke Monumenten 2006

Een aanvraag om een subsidie dient door de eigenaar te worden ondertekend en te worden ingediend bij burgemeester en wethouders op een daartoe beschikbaar te stellen formulier en dient, wanneer het een restauratie betreft, in ieder geval vergezeld te gaan van de volgende gegevens: een werkomschrijving, inclusief bestek; een gespecificeerde begroting van kosten; een verklaring waaruit blijkt dat het monument voldoende verzekerd is; één of meer tekeningen waaruit de volgende zaken blijken: de plattegrond van iedere verdieping van het monument; lengte en dwarsdoorsneden; alle gevelaanzichten; principedetails die verband houden met het uiterlijk van het monument; de situering van het monument op het terrein; wanneer het jaarlijks onderhoud betreft, dient de aanvraag vergezeld te gaan van: een omschrijving van de voor het betreffende jaar geplande onderhoudswerkzaamheden; een globale kostenraming; Indien niet wordt voldaan aan het gestelde in het eerste lid stellen burgemeester en wethouders de aanvrager in de gelegenheid om binnen twee weken de door hen aan te geven ontbrekende gegevens over te leggen. Burgemeester en wethouders geven een beschikking binnen 12 weken nadat de aanvraag is ontvangen, dan wel de ontbrekende gegevens, als bedoeld in het tweede lid, genoegzaam zijn aangevuld. Zij kunnen, indien daartoe naar hun oordeel gegronde redenen bestaan, deze termijn met ten hoogste acht weken verlengen, mits zij de aanvrager daarvan kennis geven binnen de termijn van 12 weken. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing. Alle aanvragen om subsidie worden in volgorde van binnenkomst afgehandeld. Aanvragen die uitsluitend op grond van het beschikbare budget dienen te worden afgewezen, kunnen met ingang van 1 januari van het daaropvolgende jaar wederom worden ingediend. In afwijking van het bepaalde in het vierde lid zijn burgemeester en wethouders bevoegd om aan aanvragen als bedoeld in het vijfde lid voorrang te verlenen.

Rechtspraak bij dit artikel