Naar hoofdinhoud
De hoogte van de door het college te verlenen PGB voor een woonvoorziening zoals bedoeld in artikel 4:2 onder b van de verordening bedraagt 100% van de voor vergoeding in aanmerking komende kosten. Tot de woningaanpassingen zoals bedoeld in artikel 4:2 onder b van de verordening, worden de volgende kosten gerekend: de aanneemsom voor het treffen van de voorziening, waarin begrepen de loon- en materiaalkosten; de risicoverzekering van loon- en materiaalkosten, met inachtneming van het bepaalde in de Risicoregeling woning- en utiliteitsbouw 1991. Indien de voorziening in zelfwerkzaamheid wordt getroffen, vervalt de post loonkosten en komen alleen de materiaalkosten voor vergoeding in aanmerking; het architectenhonorarium tot ten hoogste 10% van de aanneemsom, met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald in SR 1988 van de BNA. Alleen in die gevallen dat het noodzakelijk is om een architect voor de woningaanpassing in te schakelen, worden deze kosten geacht voor vergoeding in aanmerking te komen; de kosten van het toezicht op de uitvoering, voor zover toezicht noodzakelijk is, tot een maximum van 2% van de aanneemsom; de leges voor zover deze betrekking hebben op het treffen van de voorziening; de prijs van bouwrijpe grond, indien noodzakelijk omdat niet binnen het oorspronkelijke kavel gebouwd kan worden; de door het college schriftelijk goedgekeurde kostenverhogingen die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet te voorzien hadden kunnen worden; de kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing; de kosten van heraansluiting op de openbare nutsvoorziening; de administratiekosten die de verhuurder maakt ten behoeve van het treffen van een voorziening voor de persoon met een beperking. De vergoeding als bedoeld in het tweede lid onder d inzake de kosten van toezicht wordt slechts toegekend indien de aanneemsom meer bedraagt dan € 260,00. De vergoeding bedraagt maximaal 2% van de aanneemsom. De vergoeding als bedoeld in het tweede lid onder j inzake administratiekosten wordt slechts verleend voor zover de kosten in het tweede lid onder a t/m i meer bedragen dan € 1.020,00. De vergoeding bedraagt 10% van die kosten tot een maximum van € 385,00.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel