De voorzitter deelt belanghebbenden en het verwerend orgaan tijdig voor de zitting schriftelijk mede, dat zij in de gelegenheid worden gesteld zich tijdens deze zitting te doen horen.
Binnen drie dagen na de datum van verzending van de in het eerste lid bedoelde mededeling kunnen de belanghebbenden de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen.
De beslissing van de voorzitter op een verzoek als bedoeld in het tweede lid wordt zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval twee weken voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan meegedeeld.
De voorzitter ziet erop toe dat tijdig al hetgeen op basis van het bepaalde in artikel 7:4 van de wet aan de commissie is kenbaar gemaakt, bekend is bij alle betrokken partijen.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 12
Uitnodiging zitting
Onderdeel van Verordening Commissie Behandeling Bezwaarschriften