Naar hoofdinhoud
Een voorziening kan slechts worden toegekend voor zover: deze geschikt en langdurig noodzakelijk is om de beperkingen die een persoon ondervindt op het gebied van het voeren van het huishouden, het normale gebruik van een woning, het verplaatsen in en om de woning, het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel en bij het ontmoeten van medemensen en op basis daarvan sociale verbanden aangaan op te heffen of te verminderen; deze, naar objectieve maatstaven gemeten, als de goedkoopst adequate voorziening kan worden aangemerkt; deze in overwegende mate op het individu is gericht. In afwijking van wat in het eerste lid, onder c, is gesteld, kan een voorziening naast een individueel karakter ook een algemeen karakter hebben en kan worden verstrekt in de vorm van gebruik van een collectief vervoerssysteem; aanpassing van gemeenschappelijke ruimten in woongebouwen. Geen voorziening wordt toegekend: indien de voorziening voor een persoon als de aanvrager algemeen gebruikelijk is; indien de aanvrager niet woonachtig is dan wel niet gaat wonen in de gemeente Pijnacker-Nootdorp; voor zover de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; voor zover de aangevraagde voorzieningen betrekking hebben op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw; voor zover er aan de zijde van de aanvrager geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen waarvoor de voorziening wordt aangevraagd; indien de aanvraag betrekking heeft op kosten die de persoon met beperkingen voorafgaand aan het moment van beschikken op de aanvraag heeft gemaakt, tenzij het college vooraf uitdrukkelijk schriftelijk toestemming heeft gegeven, of het college de noodzaak, adequaatheid en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen; indien een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking heeft reeds eerder krachtens deze, dan wel krachtens de aan deze verordening voorafgaande Verordening voorzieningen gehandicapten is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet is verstreken, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen; indien op grond van enige andere wettelijke regeling dan wel privaatrechtelijke overeenkomst aanspraak op de voorziening bestaat; indien de voorziening voor therapeutische doeleinden is aangevraagd; indien de gevraagde voorziening niet adequaat te gebruiken is.

Rechtspraak bij dit artikel