In afwijking van het gestelde in artikel 3:1 komt een persoon als bedoeld in artikel 1, onder e, van deze verordening niet in aanmerking voor hulp bij het huishouden indien tot de leefeenheid waar deze persoon deel van uitmaakt een of meer huisgenoten behoren die wel in staat zijn het huishoudelijke werk te verrichten.
Het college kan in het uitvoeringsbesluit een inkomensgrens stellen ten aanzien van de ontvanger van het recht op huishoudelijke hulp.
Hoofdstuk
Artikel 3:2
Het recht op hulp bij het huishouden
Onderdeel van Verordening individuele verstrekkingen in het kader van maatschappelijke ondersteuning