Op diegene wie over de periode, onmiddellijk voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van de Wmo krachtens:
de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet artikel 57, tweede lid, of
de Algemeen Burgerlijke Pensioenwet artikel P9, tweede lid, of
de Spoorwegpensioenwet artikel 8, tweede lid, of
de Algemene Militaire Pensioenwet artikel X5 eerste en tweede lid, of
de Wet werk en bijstand,
de Wvg
een financiële tegemoetkoming is verleend in de kosten van het gebruik van een vervoermiddel, zijn vanaf het moment dat deze verordening in werking is getreden, alle bepalingen van deze verordening van toepassing.
Een aanvraag om een eenmalige Wmo voorziening die is ingediend vóór de datum van het in werking treden van deze verordening, evenals een aanvraag om een periodieke financiële tegemoetkoming waarvan de ingangsdatum is gelegen vóór de inwerkingtreding van deze verordening, wordt beoordeeld op grond van de bepalingen van de ‘Verordening voorzieningen gehandicapten gemeente Pijnacker-Nootdorp 2005’ en het daarop gebaseerde ‘Besluit eigen bijdragen en financiële tegemoetkomingen voorzieningen gehandicapten’.
Een voorziening die is toegekend met ingang van een datum gelegen vóór de inwerkingtreding van deze verordening kan door het college aan de hand van de bepalingen van deze verordening worden beoordeeld op al dan niet gewijzigde voortzetting daarvan.
Een voorziening die is toegekend met ingang van een datum gelegen vóór de inwerkingtreding van deze verordening geldt dat het indicatiebesluit geldig blijft totdat herindicatie op grond van de verordening individuele verstrekkingen in het kader van maatschappelijke ondersteuning heeft plaatsgevonden, doch ten hoogste een jaar na inwerkintreding van de wet.
Hoofdstuk
Artikel 8:1
Overgangsregeling
Onderdeel van Verordening individuele verstrekkingen in het kader van maatschappelijke ondersteuning