Het college biedt personen die aanspraak hebben op een individuele voorziening de keuze tussen het ontvangen van een voorziening in natura of het ontvangen van een hiermee vergelijkbaar en toereikend persoonsgebonden budget, waaronder de vergoeding voor een arbeidsverhouding als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, tenzij hiertegen overwegende bezwaren bestaan.
Het college biedt door middel van het aanvraagformulier de belanghebbende de keuze tussen deze wijzen van verstrekking enlicht hem of haar vooraf in duidelijke en begrijpelijke bewoordingen in over de gevolgen van de keuze.
Het college legt in het uitvoeringsbesluit criteria vast, aan de hand waarvan wordt bepaald wanneer er sprake is van overwegende bezwaren als bedoeld in het eerste lid.
Hoofdstuk
Artikel 2:1
Keuzevrijheid
Onderdeel van Verordening individuele verstrekkingen in het kader van maatschappelijke ondersteuning gemeente Pijnacker-Nootdorp 2006