De eigenaar of eigenaar-bewoner, die op grond van deze verordening een woonvoorziening in eigendom heeft ontvangen of verkregen en die binnen een periode van vijf jaar na de datum van gereedmelding van de werkzaamheden de woning verkoopt, is gehouden om binnen een week na het sluiten van de overeenkomst tot verkoop van het onroerend goed het college hiervan op de hoogte te stellen door het overleggen van een afschrift van de overeenkomst tot verkoop. Het college kan betrokkene verplichten de meerwaarde die door het treffen van de voorzieningen is ontstaan (gedeeltelijk) te restitueren aan de gemeente.
De beschikking tot restitutie van de meerwaarde van het onroerend goed wordt door het college bekendgemaakt binnen een redelijke termijn na ontvangst van de overeenkomst tot verkoop van het onroerend goed, doch in elk geval binnen acht weken. Afdeling 4.1.3 Awb is van overeenkomstige toepassing.
De restitutie, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, bedraagt:
voor het eerste jaar: 100% van de meerwaarde;
voor het tweede jaar: 80% van de meerwaarde;
voor het derde jaar: 60% van de meerwaarde;
voor het vierde jaar: 40% van de meerwaarde;
voor het vijfde jaar: 20% van de meerwaarde.
in alle gevallen minus het percentage dat voor rekening van de eigenaar van de woonruimte is gekomen.
De meerwaarde wordt vastgesteld door een beëdigde taxateur, waar bij de kosten voor rekening van de eigenaar-bewoner komen. De door de taxateur vastgestelde meerwaarde is bindend.
Het te restitueren bedrag bedraagt nooit meer dan het bedrag dat ten laste van de gemeente is gekomen in verband met de getroffen voorzieningen.
Hoofdstuk
Artikel 4:18
Terugbetaling bij verkoop
Onderdeel van Verordening individuele verstrekkingen in het kader van maatschappelijke ondersteuning gemeente Pijnacker-Nootdorp 2006