Een persoon als bedoeld in artikel 1, onder e, van deze verordening kan voor de in artikel 6:1, onder a en b, vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien betrokkene als gevolg van aantoonbare beperkingen om medisch-ergonomische redenen is aangewezen op het zittend verplaatsen in en om de woning, en hulpmiddelen die verstrekt worden op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten of een andere wettelijke regeling geen adequate oplossing bieden.
Een persoon als bedoeld in artikel 1, onder h, onderdeel 6, van de wet kan voor de in artikel 6:1 onder b vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen het sporten zonder sportrolstoel onmogelijk maken.
Hoofdstuk
Artikel 6:3
Het recht op een rolstoelvoorziening
Onderdeel van Verordening individuele verstrekkingen in het kader van maatschappelijke ondersteuning gemeente Pijnacker-Nootdorp 2006