Naar hoofdinhoud
Een fractie mag het in enig jaar niet gebruikte gedeelte van de bijdrage aan een fractie reserveren ter besteding door die fractie in volgende jaren De reserve is aan het einde van de zittingsperiode niet groter dan 30% van de bijdrage die de fractie in het voorgaande kalenderjaar toekwam ingevolge artikel 6. Het beroep in enig jaar op de opgebouwde reserve, komt tot uitdrukking in de afrekening als bedoeld in artikel 11 over dat jaar. Indien aan het einde van de zittingsperiode sprake is van een surplus, vindt restitutie plaats. De reserve blijft na verkiezingen beschikbaar voor de fractie die onder dezelfde naam terugkeert in de raad, dan wel voor de fractie die naar het oordeel van de raad als rechtsopvolger daarvan kan worden beschouwd. Als bij zetelverlies de reserve voor een fractie hoger zou worden dan aangegeven in het tweede lid, vervalt het recht op dat meerdere, rekening houdend met eventuele verplichtingen. Bij splitsing van een fractie, wordt de reserve verdeeld over de betrokken fracties, naar evenredigheid van het aantal bij de splitsing betrokken leden, voor zover deze reserve niet meer bedraagt dan 30% van de bijdrage die de oorspronkelijke fractie in het voorgaande kalenderjaar ontving.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel