**1..** In aanvulling op artikel 19 van de van de Algemene Subsidieverordening Cultuur, Sport en Welzijn gemeente Hardenberg 2004 registreert de subsidieaanvrager en legt hij verantwoording af over:
een overzicht van alle peuters die in het kalenderjaar hebben deelgenomen aan een door de gemeente gesubsidieerd aanbod peuteropvang of voorschoolse educatie met opgave van de periode die zij gedurende het kalenderjaar hebben deelgenomen en indien van toepassing of zij tot de doelgroep behoren waarbij:
voor peuteropvang per gesubsidieerde peuterplaats kopieën van bewijsstukken worden overlegd waaruit blijkt dat rechtmatig aanspraak wordt gemaakt op peuteropvang (ouderverklaring + IB-60 verklaring belastingdienst + eventuele aanvullende bewijsstukken);
voor voorschoolse educatie per gesubsidieerde peuterplaats kopieën van bewijsstukken worden overlegd waaruit blijkt dat rechtmatig gebruik gemaakt wordt van voorschoolse educatie (ouderverklaring opleidingsgegevens en/of een indicatie van het CJG);
een opgave per gesubsidieerde peuterplaats van de werkelijk gefactureerde ouderbijdragen in het kalenderjaar wordt overlegd;
voor doelgroeppeuters met VVE in de kinderdagopvang die in aanmerking komen voor een door de gemeente gesubsidieerde 3e dagdeel per gesubsidieerde peuter een opgave wordt gevoegd van de werkelijk afgenomen extra uren voor het derde dagdeel vergezeld van een opgave van de al standaard afgenomen dagdelen (kopie contracthistorie 12 maanden voor aanvang van de voorschoolse educatie).
het totaal aantal daadwerkelijk bezette peuterplaatsen peuteropvang en voorschoolse educatie gedurende het kalenderjaar afgeleid van de gegevens onder lid a, waarbij voor de berekening van een peuterplaats die gedurende een deel van het kalenderjaar is bezet het aantal maanden naar beneden wordt afgerond indien de peuterplaats na de 15e van de maand is bezet en/of voor de 16e van de maand is beëindigd en naar boven wordt afgerond indien de peuterplaats voor de 16e van de maand is bezet en/of na de 15e van de maand is beëindigd, waarbij vervolgens voor de bepaling van de gerealiseerde peuterplaats de volgende formule wordt gehanteerd: A (= het aantal maanden dat de peuterplaats is bezet) : 12 = B (= het de omvang van een peuterplaats die een gedeelte van het kalenderjaar is bezet afgerond op 2 decimalen achter de komma);
Voetnoot
het totaal aantal daadwerkelijk gerealiseerde extra dagdelen zoals bedoeld in artikel 6 lid 10 gedurende het kalenderjaar afgeleid van lid a, waarbij voor de berekening van het aantal extra dagdelen voorschoolse educatie die gedurende een deel van het kalenderjaar is bezet het aantal maanden naar beneden wordt afgerond indien het extra dagdeel na de 15e van de maand is bezet en/of voor de 16e van de maand is beëindigd en naar boven wordt afgerond indien het extra dagdeel voor de 16e van de maand is bezet en/of na de 15e van de maand is beëindigd, waarbij vervolgens voor de bepaling van de gerealiseerde extra dagdelen de volgende formule wordt gehanteerd: A (= het aantal maanden dat het extra dagdeel is bezet) : 12 = B (= het de omvang van een gerealiseerd extra dagdeel die een gedeelte van het kalenderjaar is bezet afgerond op 2 decimalen achter de komma);
de in het kalenderjaar gefactureerde ouderbijdragen voor peuterplaatsen peuteropvang en voorschoolse educatie per peuterplaats afgeleid van lid a;
de uitvoering van de ontwikkelingsgerichte programma’s en VVE programma’s zoals bedoeld in artikel 1 lid 8;
de wijze de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de verplichtingen in lid 1 tot en met 7 van artikel 3.
**2..** Het college van burgemeester en wethouders kan formats vaststellen voor het indienen van de verantwoordingsgegevens.
**3..** Burgemeester en Wethouders kunnen nadere gegevens opvragen om de rechtmatigheid van de besteding van de subsidie conform de opgelegde verplichtingen te controleren.
HOOFDSTUK II
Artikel 10
Rapportageverplichtingen
Onderdeel van DEELSUBSIDIEVERORDENING PEUTEROPVANG EN VOORSCHOOLSE EDUCATIE GEMEENTE HARDENBERG