**1..** Burgemeester en wethouders bepalen jaarlijks met inachtneming van de in de (concept)gemeentebegroting vastgestelde budgetten voor 1 september voorafgaand aan het kalenderjaar welk bedrag beschikbaar is voor peuteropvang en welk bedrag voor voorschoolse educatie. Voor zover de gemeentebegroting nog niet is vastgesteld door de gemeenteraad geldt voor de hoogte van deze budgetten het zogenaamde begrotingsvoorbehoud conform artikel 4.34 van de Algemene Wet Bestuursrecht.
Voor het jaar 2013 maken burgemeester en wethouders voor 15 april 2013 de budgetten voor peuteropvang en voorschoolse educatie bekend.
**2..** Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks voor 1 september per kalenderjaar de hoogte vast van de te verlenen subsidie voor een peuterplaats peuteropvang op grond van artikel 6 lid 2 en een peuterplaats voorschoolse educatie op grond van artikel 6 lid 3 en 4 alsmede de subsidie op grond van artikel 6 lid 10.
**3..** Voor het jaar 2013 stellen burgemeester en wethouders voor 15 april 2013 de hoogte vast van de te verlenen subsidie voor een peuterplaats peuteropvang op grond van artikel 6 lid 2 en een peuterplaats voorschoolse educatie op grond van artikel 6 lid 3 en 4 alsmede de subsidie op grond van artikel 6 lid 10.Burgemeester en wethouders verdelen de subsidie voor peuteropvang en voorschoolse educatie als volgt:
voor peuteropvang wordt een maximum bedrag vastgesteld dat als volgt verdeeld wordt:
per instelling wordt conform de berekening van artikel 6 de kosten van het aangevraagde aantal peuterplaatsen peuteropvang per voorziening berekend;
wanneer het totaal van alle subsidiabele aanvragen van alle voorzieningen het totale budget voor peuteropvang voor het kalenderjaar niet overschrijd wordt op grond hiervan het aantal subsidiabele peuterplaatsen peuteropvang voor het kalenderjaar per voorziening vastgesteld;
wanneer er na de verdeling het aantal subsidiabele peuterplaatsen peuteropvang nog ruimte in het budget aanwezig is kunnen burgemeester en wethouder (een deel van) het resterende budget verdelen over de voorzieningen voor peuteropvang voor het geval van groei van de vraag van het aantal peuterplaatsen peuteropvang in het kalenderjaar;
indien het totaal van de aangevraagde subsidie het door burgemeester en wethouders vastgestelde budget overschrijd vindt een herverdeling van de te verlenen subsidie voorschoolse educatie per voorziening plaats, bij deze herverdeling wordt gelet op de per 1 september voorafgaand aan het kalenderjaar gerealiseerde capaciteit;
in afwijking van lid iv. geldt voor 2013 een afwijkende regeling: indien het totaal van de aangevraagde subsidie het door burgemeester en wethouders vastgestelde budget overschrijd vindt een herverdeling van de te verlenen subsidie peuteropvang plaats, bij deze herverdeling wordt voor 2013 gelet op de bezetting per 1 oktober 2011 en het percentage ouders dat bij de enquête van Buitenhek Management & Consult in het voorjaar van 2011 in aanmerking kwam voor kinderopvangtoeslag.
voor voorschoolse educatie wordt een maximum bedrag vastgesteld dat als volgt verdeeld wordt;
per instelling wordt conform de berekening van artikel 6 de kosten van het aangevraagde aantal peuterplaatsen peuteropvang ve per voorziening berekend;
wanneer het totaal van alle subsidiabele aanvragen van alle voorzieningen het totale budget voor voorschoolse educatie voor het kalenderjaar niet overschrijd wordt op grond hiervan het aantal subsidiabele peuterplaatsen voorschoolse educatie en extra dagdelen kinderdagopvang voor doelgroepkinderen ve voor het kalenderjaar per voorziening vastgesteld;
wanneer er na de verdeling het aantal subsidiabele peuterplaatsen voorschoolse educatie nog ruimte in het budget aanwezig is kunnen burgemeester en wethouder (een deel van) het resterende budget verdelen over de voorzieningen voor peuteropvang voor het geval van groei van de vraag van het aantal peuterplaatsen peuteropvang in het kalenderjaar;
indien het totaal van de aangevraagde subsidie het door burgemeester en wethouders vastgestelde budget overschrijd vindt een herverdeling van de te verlenen subsidie voorschoolse educatie per voorziening plaats, bij deze herverdeling wordt gelet op de per 1 september voorafgaand aan het kalenderjaar gerealiseerde capaciteit.
in afwijking van lid iv. geldt voor 2013 een afwijkende regeling: indien het totaal van de aangevraagde subsidie het door burgemeester en wethouders vastgestelde budget overschrijd vindt een herverdeling van de te verlenen subsidie peuterplaatsen peuteropvang voorschoolse educatie plaats, bij deze herverdeling wordt voor 2013 gelet op het aantal geplaatste doelgroeppeuters van 2,5 tot 4 jaar op 1 april 2013.