1. Onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 Algemene wet bestuursrecht kan het college de garantie weigeren voor zover:
a. er geen sprake is van continuïteit in het voortbestaan van de aanvrager gedurende de looptijd van de garantie;
b. de doelstellingen die met de garantie worden nagestreefd, niet zullen worden bereikt;
c. het risico voor de gemeente niet acceptabel is;
d. er geen sprake is van een ‘goed bestuur’ van de aanvrager;
e. de aanvrager niet voldoet aan de voorwaarden en criteria voor garantieverlening die bij of krachtens deze richtlijnen zijn vastgesteld;
f. de liquiditeitspositie van aanvrager niet toereikend is om de rente en aflossing van de geldlening gedurende de looptijd van de garantie te voldoen.