Aan de wethouder wordt een onkostenvergoeding toegekend voor overige aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten die gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel 25, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders, zoals dit bedrag jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt herzien.
Indien de wethouder op grond van artikel 16 van deze verordening een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking is gesteld bedraagt de onkostenvergoeding voor overige aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten, in afwijking van het eerste lid, 95% van het voor hem ingevolge het eerste lid geldende bedrag.
Indien de wethouder bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente beschikt, heeft hij met inachtneming van de artikelen 1 en 2 van de Regeling rechtspositie wethouders aanspraak op:
een vergoeding van reis- en pensionkosten;
een vergoeding van verhuiskosten in verband met benoeming in de gemeente.
Hoofdstuk
Artikel 12
Onkostenvergoeding
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2007