De commissie bestaat uit zeven leden en een plaatsvervanger.
De leden van de commissie en het plaatsvervangend lid worden door de raad benoemd, op voordracht van een sollicitatiecommissie, zijnde een afvaardiging van de raad. Drie leden worden benoemd door de raad uit zijn midden. De overige leden van de commissie zijn geen lid van de raad of van een raadscommissie.
De commissie wijst uit haar externe leden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter aan. De voorzitter heeft stemrecht in de commissie. De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van de commissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de uitgangspunten en werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming. De voorzitter voert hiertoe regelmatig overleg met de onderzoekers en met het secretariaat.
De leden die tevens raadsleden zijn en de plaatsvervanger, worden voor een periode gelijk aan de zittingsduur van de raad benoemd. De leden die niet deel uitmaken van de raad worden voor een periode van drie jaar benoemd; zij kunnen door de raad op voordracht van de commissie een keer worden herbenoemd voor een gelijke periode.
De leden die tevens raadslid zijn kunnen worden vervangen door het plaatsvervangend lid, tevens zijnde raadslid. De plaatsvervanger heeft dezelfde rechten en plichten als de leden, indien de plaatsvervanger in de plaats treedt van een lid dat verhinderd is.
Artikel 3
– Samenstelling, benoeming en plaatsvervanging
Onderdeel van Verordening op de rekenkamercommissie