In deze verordening wordt verstaan onder:
de wet:de Wet werk en bijstand (WWB);
het college: het college van burgemeester en wethouders;
arbeidsinschakeling: het verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening als bedoeld in artikel 7, lid 1, onder a van de wet;
dienstbetrekking: een arbeidsovereenkomst ingevolge het Burgerlijk Wetboek of een aanstelling door of vanwege de overheid;
jongere: een inwoner van de gemeente in de leeftijdscategorie van 16 tot en met 26 jaar, die niet meer aan het reguliere onderwijs deelneemt;
klant: de persoon die algemene bijstand ontvangt, een uitkering krachtens de Ioaz, Ioaw of de Anw ontvangt of als niet uitkeringsgerechtigde (NUG) kan worden aangemerkt;
sociale activering: het verrichten van onbeloonde maatschappelijk zinvolle activiteiten gericht op arbeidsinschakeling of, als arbeidsinschakeling nog niet mogelijk is, op zelfstandige maatschappelijke participatie;
reïntegratieplan: een ontwikkelingsplan, toegesneden op de persoonlijke omstandigheden van de klant waarin opgenomen zijn: klantgegevens, klantprofiel, zoekprofiel, doel van het traject, in te schakelen organisaties en afspraken over ontwikkeltijd, begeleidingstijd en voortgangsrapportage;
werknemer: de persoon die in een dienstbetrekking werkzaam is;
werkgever: de persoon tot wie een werknemer in dienstbetrekking staat.
onderzoek: het scala aan activiteiten dat tot doel heeft vast te stellen wat de uitgangsituatie van de klant is en wat de mogelijkheden van de klant zijn tot het verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.
Begripsbepalingen
Onderdeel van Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand