De subsidieontvanger dient jaarlijks - voor 1 mei van
het jaar volgend op het jaar waarop de subsidieverlening
betrekking heeft - een aanvraag tot vaststelling van de
subsidie in bij het college. De subsidieontvanger kan de
gemeente schriftelijk en met redenen omkleed om maximaal
8 weken uitstel vragen. Dit verzoek moet uiterlijk een
maand voor het verstrijken van de hiervoor genoemde
datum worden ingediend. Uiterlijk 3 weken na ontvangst
van het verzoek om uitstel beslist de gemeente of het
verzoek wordt ingewilligd.
De aanvraag tot vaststelling bevat:
Financieel jaarverslag, waaruit in ieder geval blijkt dat de
activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht;
Inhoudelijk jaarverslag; met in ieder geval een verantwoording
van de uitvoering van het activiteitenplan en de in de
uitvoeringsovereenkomst benoemde prestatieafspraken.
Beoogd uitvoeringsprogramma voor het volgend jaar, waaruit in
ieder geval blijkt voor welke activiteiten de subsidie begroot
wordt.
Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in
dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de
vaststelling van belang zijn, worden overlegd.
Hoofdstuk 7
Artikel 13
Verantwoording/Aanvraag subsidievaststelling
Onderdeel van Subsidieverordening Ondernemersfonds