Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Toeslag alleenstaande of alleenstaande ouder

Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet investeren in jongeren

De basisnorm wordt verhoogd met een toeslag indien de alleenstaande of de alleenstaande ouder in de leeftijdscategorie van 21 tot 27 jaar hogere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de basisnorm voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een ander. De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt 100% voor de alleenstaande of de alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft. De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt 50% voor de alleenstaande of de alleenstaande ouder, indien de noodzakelijke kosten van het bestaan kunnen worden gedeeld met één ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft. De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt 25% voor de alleenstaande of de alleenstaande ouder, indien de noodzakelijke kosten van het bestaan kunnen worden gedeeld met twee of meer anderen die in dezelfde woning hun hoofdverblijf hebben.

Rechtspraak bij dit artikel