Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19, eerste of tweede lid, van de wet
schriftelijk.
Het aanbod wordt gezonden naar het adres waar de
inburgeringsplichtige in de gemeentelijke basisadministratie is
ingeschreven.
In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de
inburgeringsvoorziening die wordt aangeboden en worden de
rechten en verplichtingen vermeld die aan de
inburgeringsvoorziening worden verbonden.
De inburgeringsplichtige aan wie een aanbod wordt gedaan, deelt
binnen vier weken het college schriftelijk mee of hij het aanbod
al dan niet aanvaardt.
Wanneer de inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt, neemt het
college binnen acht weken na ontvangst van deze mededeling het
besluit tot toekenning van de inburgeringsvoorziening,
overeenkomstig het gedane aanbod.
Hoofdstuk
Artikel 7
De procedure van het doen van een aanbod
Onderdeel van Verordening Wet inburgering