Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 15

Te laat, geen, onvolledige of onjuiste inlichtingen verstrekken

Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB 2004 (Maatregelenverordening)

1.. Indien belanghebbende de verplichting op grond van artikel 17 van de wet en de artikelen 28 tweede lid, 29 eerste lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen niet is nagekomen door niet binnen de in artikel 11 tweede lid van deze verordening geboden hersteltermijn informatie te verstrekken of door geen, onvolledige of onjuiste informatie over het recht op bijstand en/of de arbeidsinschakeling te verstrekken en dit niet geleid heeft tot een ten onrechte of te hoog verstrekt bedrag van bijstand, wordt de bijstand voor de duur van een maand met 10% verlaagd; 2.. Van een verlaging als bedoeld in het eerste lid kan worden afgezien en worden volstaan met een schriftelijke waarschuwing, tenzij de gedraging heeft plaatsgevonden binnen een periode van 12 maanden vanaf de datum van het besluit waarbij eerder een waarschuwing aan belanghebbende gegeven is. 3.. Indien belanghebbende de verplichting op grond van artikel 17 van de wet en de artikelen 28 tweede lid, 29 eerste lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen niet is nagekomen door niet binnen de in artikel 11 tweede lid van deze verordening geboden hersteltermijn informatie te verstrekken of door geen, onvolledige dan wel onjuiste informatie over het recht op bijstand en/of de arbeidsinschakeling te verstrekken en dit geleid heeft tot een ten onrechte of te hoog verstrekt bedrag van bijstand, wordt de bijstand voor de duur van een maand met 10% verlaagd; 4.. Een maatregel als bedoeld in het eerste en derde lid wordt niet opgelegd na verloop van 36 maanden nadat de desbetreffende gedraging heeft plaatsgevonden; 5.. Indien op de datum van het besluit tot het opleggen van een maatregel als bedoeld in het derde lid sprake is van voortzetting van het recht op bijstand, wordt de bijstand verlaagd; 6.. Indien op de datum van het besluit tot het opleggen van een maatregel als bedoeld in het derde lid het recht op bijstand niet wordt voortgezet dan wel het recht op een eerder tijdstip is beëindigd, wordt de bijstand verlaagd door middel van herziening op grond artikel 12 tweede lid onder a van deze verordening; 7.. Indien de bijstand niet of niet volledig door middel van herziening als bedoeld in het vijfde lid kan worden verlaagd, wordt bij hernieuwd recht op bijstand binnen 36 maanden nadat het besluit tot het opleggen van de maatregel is genomen, per de eerste van de maand volgend op de datum van toekenning de maatregel alsnog ten uitvoer gebracht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel