Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 19

Recidive

Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB 2004 (Maatregelenverordening)

1.. 1. Indien binnen 12 maanden na de datum van het besluit tot het opleggen van een maatregel voor een gedraging als bedoeld in artikel 18 lid 1 onder a wederom een zelfde gedraging plaatsvindt, wordt het percentage van de verlaging op 20% vastgesteld voor de duur, dat eerder of langer bijstand verstrekt moet worden, met dien verstande dat de maatregel nooit langer kan voortduren dan 36 maanden; 2.. Indien binnen 12 maanden na de datum van het besluit tot het opleggen van een maatregel voor een gedraging als bedoeld in artikel 18 lid 1 onder b wederom een zelfde gedraging plaatsvindt, wordt de bijstand voor de duur van een maand met 50% verlaagd; 3.. Indien binnen 12 maanden na de datum van het besluit tot het opleggen van een maatregel voor een gedraging als bedoeld in artikel 18 het tweede, derde en vierde lid, wederom een zelfde gedraging plaatsvindt, wordt de bijstand voor de duur van een maand met 100% verlaagd; 4.. Indien belanghebbende ook na afloop van de in het derde lid genoemde maand in de gedraging volhardt, wordt de bijstand voor de duur van drie maanden met 100% verlaagd. Indien de gedraging wordt opgeheven binnen de in dit lid genoemde drie maanden wordt de maatregel beëindigd per de eerste van de volgende maand; 5.. Indien belanghebbende ook na afloop van de in het vierde lid genoemde drie maanden in de gedraging volhardt, zal een onderzoek tot het al dan niet voortzetten van het recht op bijstand plaatsvinden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel