Onder schending van de in artikel 5 genoemde arbeidsverplichtingen worden in ieder geval de volgende gedragingen verstaan:
Niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen en te aanvaarden;
Niet of niet tijdig ingeschreven staan als werkzoekende bij het Centrum voor Werk en Inkomen, dan wel de inschrijving niet of niet tijdig verlengen;
Zich op zodanige wijze gedragen dat de inschakeling in de arbeid wordt belemmerd;
Het niet (tijdig) ondertekenen en/of niet (tijdig) aan het college verstrekken van een trajectplan en/of trajectovereenkomst gericht op arbeidsinschakeling of sociale activering;
Niet dan wel niet tijdig voldoen aan een oproep om, in verband met de inschakeling in de arbeid, op een bepaalde plaats en tijd te verschijnen;
Niet dan wel in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de geschiktheid voor scholing of opleiding of aan scholing of opleiding zelf;
Weigeren of het niet voldoende gebruik maken van de door het college aangeboden voorziening(en) en/of reïntegratietraject(en) gericht op arbeidsinschakeling, waaronder begrepen sociale activering;
Niet voldoen aan bepaalde andere verplichtingen die aan de bijstandsverlening zijn verbonden en die strekken tot arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 55 van de wet;
Niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid, waaronder begrepen het niet meewerken aan bemiddeling naar een concrete dienstbetrekking;
Door eigen toedoen niet behouden van arbeid in dienstbetrekking of uit eigen bedrijf.
Hoofdstuk 2.
Artikel 6
Gedragingen
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB 2004 (Maatregelenverordening)