**1..** Een persoon die door het college een voorziening wordt aangeboden is verplicht hiervan gebruik te maken (artikel 9 lid 1 sub b van de wet).
**2..** De persoon die deelneemt aan een voorziening is gehouden aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de Wet Structuur Uitvoering Werk en Inkomen, deze verordening, alsmede aan de verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening heeft verbonden.
**3..** Indien een uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan een voorziening, niet voldoet aan het gestelde in het tweede lid, dan kan het college de uitkering verlagen conform hetgeen hierover is bepaald in de maatregelenverordening.
**4..** Indien de persoon, niet zijnde een uitkeringsgerechtigde, die gebruik maakt van een voorziening, niet voldoet aan het gestelde in het tweede lid, kan het college de kosten van de voorziening dan wel de subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen.
De terugvordering bedraagt maximaal 100 % van de totale kosten. Het terug te vorderen bedrag wordt door het college afgestemd op de mate van verwijtbaarheid.
Als een persoon die een uitkering ontvangt op grond van de Ioaw of de Ioaz, zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 6 lid 5 niet nakomt, kan het college de uitkering verlagen, conform hetgeen hierover is bepaald in artikel 20 van de Ioaw en de Ioaz.
Paragraaf 2
Artikel 5
Verplichtingen van de cliënt
Onderdeel van Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand