Deze verordening verstaat onder:
de gemeente: de gemeente Zoeterwoude;
de raad: de gemeenteraad van Zoeterwoude;
het college: het college van burgemeester en wethouders van Zoeterwoude;
een raadscommissie: een vaste commissie van advies als bedoeld in artikel 91 van de Gemeentewet, die ten aanzien van één of meer bepaalde beleidsterreinen advies uitbrengt aan burgemeester en wethouders;
een instelling: een rechtspersoon, één natuurlijke persoon en/of een groep van natuurlijke personen met als doel om zonder winstoogmerk en door middel van activiteiten het belang van de inwoners van de gemeente Zoeterwoude te dienen;
een aanvraag:een aanvraag om subsidie van een instelling;
een subsidie:de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan van de gemeente verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten en/of prestaties anders dan als betaling voor de levering van goederen en/of diensten;
een exploitatiesubsidie:een subsidie waarbij de aanspraak op financiele middelen bestaat uit een bedrag t.b.v. de exploitatie van de activiteiten
een budgetsubsidie: een subsidie, waarbij de aanspraak op financiële middelen bestaat uit een vast bedrag voor een duidelijk omschreven en meetbaar niveau van de bepaalde activiteiten en/of prestaties.
een waarderingssubsidie: een subsidie, waarbij de aanspraak op financiële middelen bestaat uit een waardering van de bepaalde activiteiten en/of te leveren prestaties en deze aanspraak geen verband houdt met het exploitatieresultaat van de activiteiten en/of prestaties, die de gemeente met deze subsidie waardeert;
een éénmalige subsidie:een subsidie, waarbij de gemeente de aanspraak op financiële middelen in beginsel slechts éénmalig voor de bepaalde activiteiten en/of prestaties verleent;
het subsidieplafond:het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verlening van een vorm van subsidie;
het subsidieprogramma:het besluit van de raad, waarbij subsidieplafonds zijn vastgesteld voor de subsidies
de subsidieverlening:de beschikking waarbij een financiële aanspraak wordt verleend voor bepaalde activiteiten en/of prestaties, waardoor een voorwaardelijke aanspraak ontstaat;
het voorschot: de betaling van een deel van de subsidie voorafgaand aan de subsidievaststelling
de subsidievaststelling: de beschikking waarin het bedrag van het subsidie wordt vastgesteld en waaruit het recht op betaling van dat bedrag ontstaat;
een subsidieontvanger:
de instelling aan wie subsidie is verleend;
een boekjaar: één kalenderjaar dan wel een ander tijdvak van één jaar indien dit tijdvak als gevolg van de aard van de activiteiten en/of prestaties en in verband met de doelmatigheid van de
het subsidietijdvak:de periode, waarop het subsidie betrekking heeft.