In deze verordening wordt verstaan onder:
a.
Inrichting:
een voor mensen toegankelijke ruimtelijk begrensde
plaats voor zover die geen bouwwerk is;
b.
Bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen,
metaal of ander materiaal, die op de plaats van
bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond
verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in
of op de grond, bedoeld om ter plaatse te
functioneren;
c.
Kampeerterrein:
een terrein, geheel of gedeeltelijk ingericht, en
blijkens die inrichting bestemd tot het plaatsen of
geplaatst houden van kampeermiddelen en kampeerhuisjes
ten behoeve van recreatief nachtverblijf;
d.
College:
het college van burgemeester en wethouders van
Vlissingen.