De vergunning kan in elk geval worden ingetrokken:
Bij overlijden van de vergunninghouder;
Wanneer niet langer wordt voldaan aan de voor de vergunninghouder geldende vergunningeisen of niet naleving van de vergunningvoorschriften;
Wanneer geen gebruik gemaakt wordt van de vergunning gedurende 3 achtereenvolgende weken of gedurende 5 maal binnen een tijdvak van 6 maanden.
Wanneer de vergunninghouder zich naar het oordeel van burgemeester en wethouders schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;
Bij na datum van vergunningverlening gewijzigde omstandigheden in het belang van - de openbare orde; - het voorkomen of beperken van overlast; - de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; - wanneer het verkeersbelang dit eist; - wanneer een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse dit vereist.