**1..** De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan
degene die zich gedraagt in strijd met de artikelen genoemd in
het vierde lid en/of een aan de openbare orde gerelateerd delict
pleegt een verbod opleggen om zich gedurende een in dat verbod
genoemd tijdvak van 48 uur te bevinden op in dat verbod
aangewezen plaatsen, waar of in de nabijheid waarvan de genoemde
gedragingen hebben plaatsgehad.
**2..** De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan
degene aan wie eerder een verbod als bedoeld in het eerste lid
is opgelegd en ten aanzien van wie binnen zes maanden na het
opleggen van dit verbod wordt geconstateerd dat hij zich opnieuw
gedraagt in strijd met de in het eerste lid genoemde artikelen
en/of een aan de openbare orde gerelateerd delict pleegt, een
verbod opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd
tijdvak van ten hoogste veertien dagen te bevinden op in dat
verbod aangewezen plaatsen, waar of in de nabijheid waarvan de
genoemde gedragingen hebben plaatsgehad.
**3..** De burgemeester beperkt het in het eerste of tweede lid genoemde
verbod, indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden
van betrokkene noodzakelijk is.
**4..** Een in het eerste en tweede lid genoemd verbod kan in ieder
geval worden opgelegd bij overtreding van de volgende artikelen
uit deze Algemene plaatselijke verordening Alphen aan den
Rijn:
artikel 2:1 (samenscholing en ongeregeldheden);
artikel 2:26 (ordeverstoring evenement);
artikel 2:33 (ordeverstoring in horecabedrijf);
artikel 2:47 (hinderlijk gedrag op een openbare
plaats);
artikel 2:48 (verboden drankgebruik);
artikel 2:49 (verboden gedrag bij of in gebouwen);
artikel 2:50 (hinderlijk gedrag in voor publiek
toegankelijke ruimten);
artikel 2:74 (drugshandel op straat);
artikel 2:74a (openlijk druggebruik);
artikel 3:9 (straatprostitutie).