Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading,
een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer
dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning
of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze
dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit
dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun
anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.
Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor
de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk
is.
Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen
[gereserveerd] Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door
voertuigen
Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of
plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of
groenstrook of het daarin te doen of te laten staan.
Dit verbod is niet van toepassing:
op de weg;
op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden
door of vanwege de overheid; en
op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is
ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn
bestemd.
Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.
Op de ontheffing als bedoeld in het derde lid is paragraaf
4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van
toepassing.
Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets Het is verboden op door
het college in het in het belang van het uiterlijk aanzien van de
gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter
voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen
fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten
of plaatsen te laten staan. AFDELING 2. COLLECTEREN Artikel 5:13
Inzameling van geld of goederen
Het is verboden zonder voorafgaande melding bij het college
een openbare inzameling van geld of goederen te houden of
daartoe een intekenlijst aan te bieden. De melding dient
uiterlijk 2 weken voor aanvang van de collecte bij het
college te zijn gedaan.
Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede
verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook
worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij
het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen,
indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt
gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een
liefdadig of ideëel doel is bestemd.
Het college is bevoegd nadere regels te stellen.
Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten
kring gehouden wordt.
Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet
voor:
instellingen die zijn vermeld op het landelijke
collecterooster van het Centraal Bureau
Fondsenwerving en die geld of goederen inzamelen in
de aan hen door het Centraal Bureau Fondsenwerving
toegewezen periode;
in de Gemeente Alphen aan den Rijn gevestigde
verenigingen en stichtingen, die krachtens statuten
en activiteiten een doel nastreven dan van algemeen
(gemeenschaps) belang is en die geld of goederen
inzamelen buiten de periodes die door het Centraal
Bureau Fondsenwerving zijn toegewezen aan
gecertificeerde instellingen en zich hebben gemeld
bij de gemeente.
AFDELING 3. VENTEN Artikel 5:14 Begripsbepaling [vervallen] Artikel
5:15 Ventverbod [vervallen] Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting
[vervallen]
AFDELING 4. STANDPLAATSEN Artikel 5:17 Begripsbepaling
In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf
een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen
plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen
dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke
middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.
Onder standplaats wordt niet verstaan:
een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als
bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder
h, van de Gemeentewet;
een vaste plaats op een evenement als bedoeld in
artikel 2:24.