De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar 40% van:
de norm bedoeld in artikel 21, onder a van de wet, vermeerderd met de toeslag genoemd in artikel 25 tweede lid van de wet, voor een alleenstaande;
de norm bedoeld in artikel 21 onder b van de wet, vermeerderd met de toeslag genoemd in artikel 25 tweede lid van de wet, voor een alleenstaande ouder;
de norm bedoeld in artikel 21 onder c van de wet, voor gehuwden.
Voor de toepassing van het eerste lid geldt de hoogte van de bijstandsnorm op 1 januari van het jaar waarin de peildatum valt.
Indien één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 lid 1 van de wet, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Hoogte van de langdurigheidstoeslag
Onderdeel van Verordening Langdurigheidstoeslag gemeente Rijssen-Holten 2013