**1..** Indien belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond, als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet, wordt een maatregel opgelegd die wordt afgestemd op de periode en de hoogte van het bedrag waardoor belanghebbende als gevolg van zijn gedraging eerder of langer recht heeft op bijstand.
**2..** Op grond van het eerste lid wordt bij het verliezen van een voorliggende voorziening wegens verrekening van de bestuurlijke boete de maatregel als volgt vastgesteld:
bij de hoogte van bijstandsverlening tot € 5.000,-: 10 procent van de bijstandsnorm;
bij de hoogte van bijstandsverlening van € 5.000,- tot € 10.000,-: 20 procent van de bijstandsnorm;
bij de hoogte van bijstandsverlening van € 10.000,- tot € 20.000,-: 40 procent van de bijstandsnorm;
bij de hoogte van bijstandsverlening van € 20.000,- tot € 30.000,-: 60 procent van de bijstandsnorm;
bij de hoogte van bijstandsverlening van € 30.000,- tot € 40.000,-: 80 procent van de bijstandsnorm;
bij de hoogte van bijstandsverlening van meer dan € 40.000,-: 100 procent van de bijstandsnorm.
**3..** Als de gevestigde zelfstandige voorafgaand aan de aanvraag Bbz 2004 tekortschietend besef van verantwoordelijkheid heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid van de WWB, wordt als maatregel artikel 21, eerste en tweede lid Bbz 2004 niet toegepast (kapitaal- en rentereductie).
HOOFDSTUK 3
Artikel 11
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Verordening maatregelen en boete WWB/Bbz gemeente Hellendoorn 2013