Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 18

Afstemming van een uitkering

Onderdeel van Verordening WWB, IOAW en IOAZ: eigen verantwoordelijkheid, participatie en inkomen 2013

1.. Als een bijstandsgerechtigde naar het oordeel van het college tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan dan wel de overige uit de WWB voortkomende verplichtingen niet zijnde de inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 17 lid 1 WWB, waaronder begrepen het zich tegenover het college zeer ernstig misdragen niet of onvoldoende nakomt, dan stemt het college de bijstand daarop af. 2.. Als de belanghebbende die beroep doet op de IOAW/IOAZ naar het oordeel van het college een verplichting bedoeld in artikel 13 IOAW/IOAZ lid 2, 3 en 4 of een op grond van hoofdstuk III IOAW/IOAZ aan de uitkering verbonden verplichting schendt, wordt in overeenstemming met deze verordening de uitkering afgestemd. Dit is ook het geval als belanghebbende zich tegenover het college zeer ernstig misdraagt. 3.. Met afstemming wordt gedoeld op een verlaging van de uitkering van belanghebbende(n) met een bepaalde omvang gedurende een bepaalde periode.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel