Bij het vaststellen van het inkomen wordt in aanmerking genomen
het inkomen zoals vermeld in artikel 31, 32 en 33 van de
WWB.
Voor het vaststellen van het vermogen zijn de bepalingen als
genoemd in artikel 34 van de WWB van toepassing.
Indien als gevolg van wisselende of eenmalige inkomsten het
inkomen in de peilmaand hoger is dan de norm wordt uitgegaan van
een gemiddeld inkomen. Het gemiddeld inkomen wordt berekend door
de som van het inkomen dat maximaal 12 maanden voorafgaand aan
de peilmaand is ontvangen te delen door het aantal maanden
waarover het inkomen is ontvangen;
Voor het niet in aanmerking nemen van middelen en inkomen wordt
aangesloten bij de bepalingen van artikel 31, 32 en 33 WWB.