**1..** De toeslag, zoals bedoeld in artikel 25, eerste lid van de wet, bedraagt voor een alleenstaande en een alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft, 20 procent van de gehuwdennormnorm.
**2..** De toeslag, zoals bedoeld in artikel 25, eerste lid van de wet bedraagt voor een alleenstaande en een alleenstaande ouder in wiens woning één of meer anderen zijn hoofdverblijf heeft, 10 procent van de gehuwdennorm.
**3..** Voor de toepassing van dit artikel kunnen de noodzakelijke kosten van het bestaan in ieder geval niet gedeeld worden indien de woning wordt bewoond met:
studerende inwonende kinderen die aanspraak kunnen maken op studiefinanciering of op een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en schoolkosten en die inkomsten in of in verband met arbeid ontvangen waarbij deze inkomsten niet meer bedragen dan 50 procent van de gehuwdennorm;
een bloedverwant in de eerste graad waarbij toepassing wordt gegeven aan artikel 4, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de wet vanwege zorg tussen die bloedverwant en de alleenstaande of de alleenstaande ouder; of
een bloedverwant in de tweede graad waarbij sprake is van zorg als bedoeld in artikel 4, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de wet tussen deze bloedverwant en de alleenstaande of de alleenstaande ouder.
**4..** Dit artikel is niet van toepassing in de gevallen waarin uitvoer wordt gegeven aan artikel 53a, derde lid van de wet.
Hoofdstuk 2.
Artikel 3.
Toeslagen
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet werk en bijstand gemeente Hellendoorn 2013