**1.** Het is de rechthebbende op een woning verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders deze woning te gebruiken, in gebruik te geven of te laten gebruiken als tweede woning of voor andere recreatieve doeleinden.
**2.** Onder het gebruiken, in gebruik geven of laten gebruiken van een tot bewoning bestemd gebouw als tweede woning, wordt in elk geval verstaan het beschikbaar hebben of houden van een woning ten behoeve van zichzelf of van een ander, zonder dat hij of die ander zijn hoofdverblijf in dat gebouw heeft en er een redelijke termijn is verstreken, na welke het beschikbaar hebben of houden niet meer geacht kan worden te geschieden met het doel het gebouw te gebruiken, in gebruik te geven of te laten gebruiken als hoofdverblijf. Deze bepaling geldt niet ten aanzien van woningruil in vakantieperioden of daarmee vergelijkbare gevallen.
**3.** Als criterium voor de vaststelling of iemand zijn hoofdverblijf in een gebouw heeft geldt dat hij of zij op het betreffende adres een woonadres heeft als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, terwijl tevens uit het geheel van feiten en omstandigheden blijkt dat het betreffende adres als zijn of haar hoofdverblijf fungeert. Voor het vaststellen of iemand zijn hoofdverblijf in een gebouw heeft, geldt of hij of een ander gedurende een aaneengesloten periode van 180 dagen tenminste 2/3 van die tijd zijn hoofdverblijf heeft in dat gebouw.
Artikel 3
Verbodsbepaling
Onderdeel van Gebruiksverordening Tweede Woningen Gemeente Súdwest-Fryslân