De vergunning wordt ingetrokken:
zodra het besluit tot intrekking van de vergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet formele rechtskracht heeft gekregen;
indien de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder f;
indien gehandeld wordt in strijd met aan de vergunning of bij of krachtens deze verordening verbonden voorschriften of beperkingen, tenzij daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestond of het belang dat is gemoeid met de naleving van het gestelde bij of krachtens deze verordening de intrekking niet rechtvaardigt;
indien de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode van langer dan zes maanden, met uitzondering van de periode gedurende welke de speelautomatenhal vanwege een bestuurlijke sanctie is gesloten, wordt onderbroken.
in het geval en onder de voorwaarden, als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob.