Op grond van artikel 4, tweede lid, van de afvalstoffenverordening worden de volgende inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen aangewezen:
voor de inzameling van huishoudelijk restafval moet gebruik worden gemaakt van het daartoe verstrekte inzamelmiddel. Indien ten behoeve van de gebruikers van percelen een inzamelvoorziening is aangewezen, moet het huishoudelijk restafval via deze voorziening aan de inzameldienst worden aangeboden;
voor de inzameling van groente-, fruit- en tuinafval (gft-afval) moet gebruik worden gemaakt van het daartoe verstrekte inzamelmiddel. Indien ten behoeve van de gebruikers van percelen een inzamelvoorziening is aangewezen, moet het gft afval via deze voorziening aan de inzameldienst worden aangeboden;
Oud papier en karton wordt ingezameld via door de aangewezen inzamelaars ter beschikking gestelde inzamelmiddelen en via het van gemeentewege daartoe geplaatste inzamelmiddel;
Voor de inzameling van glas moet gebruik worden gemaakt van de daartoe geplaatste glascontainers;
Textiel wordt ingezameld via door de aangewezen inzamelaars ter beschikking gestelde inzamelmiddelen en via het van gemeentewege daartoe geplaatste inzamelmiddel;
Kunststof wordt ingezameld via de van gemeentewege daartoe geplaatste inzamelmiddel en het (regionaal) reinigingsbedrijf gebonden afvalbrengstation;
Overige (huishoudelijke) afvalstromen zijn inleverbaar bij het (regionaal) afvalbrengstation.
Artikel 4.
Aanwijzing inzamelmiddelen- en voorzieningen
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Rijswijk (ZH).