Naar hoofdinhoud

Artikel 7.

Indeling graven, urnenkelders, urnennissen en asbezorging.

Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen 1999

1.. Het college van Burgemeester en Wethouders bepaalt de ligging en de afmetingen van de graven, urnenkelders en urnennissen en de verstrooiingsplaats. 2.. In een eigen graf op de begraafplaatsen genoemd in artikel 2, eerste lid onder sub a tot en met d, mogen: 2.1 ten hoogste twee lijken boven elkaar worden begraven. 2.2 ten hoogste 2 asbussen zonder urnen worden bijgezet. 3.. In een eigen graf op de begraafplaatsen genoemd in artikel 2, eerste lid onder sub e tot en met i, mag/mogen: 3.1 ten hoogste één lijk worden begraven. 3.2 ten hoogste 2 asbussen zonder urnen worden bijgeze 4.. In een familiegraf op de begraafplaatsen genoemd in artikel 2, eerste lid onder sub a tot en met d, mogen: 4.1 ten hoogste vier lijken worden begraven. 4.2 ten hoogste vier asbussen zonder urnen worden bijgezet. 5.. In een familiegraf op de begraafplaatsen genoemd in artikel 2, eerste lid onder sub e tot en met i, mogen: 5.1 ten hoogste twee lijken worden begraven. 5.2 twee asbussen zonder urnen worden bijgezet. 6.. In een urnenkelder of urnennis mogen ten hoogste twee asbussen worden bijgezet. 7.. In een algemeen graf mag ten hoogste één lijk worden begraven. 8.. In een kindergraf mag ten hoogste één lijk worden begraven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel