Naar hoofdinhoud

Artikel 9.

Termijnen eigen graven, urnennissen en urnenkelders.

Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen 1999

1.. Het college van Burgemeester en Wethouders kan op schriftelijk verzoek en tegen betaling van een bedrag het uitsluitend recht verlenen om in een graf, familiegraf, urnenkelder of urnennis te doen begraven of bijzetten. De hoogte van het verschuldigde bedrag wordt bij afzonderlijke verordening bepaald. 2.. Het in het eerste lid bedoelde recht wordt voor een graf, urnenkelder en urnennis verleend voor 20 jaar. 3.. De termijn begint te lopen op de datum waarop het eigen graf, de urnenkelder of de urnennis is uitgegeven. 4.. Het college van Burgemeester en Wethouders verlengt op schriftelijk verzoek van de rechthebbende dit tijdvak telkens met een periode van ten hoogste 10 jaar. De aanvraag daartoe moet voor het verstrijken van de lopende periode worden ingediend. 5.. Het in het tweede lid bedoelde recht wordt, behoudens voor het doen bijzetten van asbussen, niet langer verleend dan tot het tijdstip waarop de begraafplaats wordt gesloten. 6.. Het college van Burgemeester en Wethouders kan in bijzondere gevallen bepalen, dat een graf, urnenkelder of urnennis wordt gehandhaafd zonder dat periodieke verlenging nodig is.

Rechtspraak bij dit artikel