Naar hoofdinhoud
1. Aan het algemeen bestuur komen alle bevoegdheden toe die niet bij of krachtens de wet of bij de regeling aan het dagelijks bestuur of de voorzitter zijn opgedragen, onverminderd artikel 33, eerste lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 2. Het algemeen bestuur maakt de verordeningen die het ter behartiging van de in artikel 4, eerste lid, benoemde belangen nodig acht. 3. Het algemeen bestuur draagt zorg voor de uitvoering van de aan de gemeenten opgedragen taken ingevolge de artikelen 2.3.3, 2.3.4 en 2.3.6 van de Wet educatie en beroepsonderwijs. 4. Tot de bevoegdheden van het algemeen bestuur behoren tevens: a. het uitbrengen van adviezen aan de colleges over voorzieningen en aangelegenheden zoals aangeduid in artikel 4, tweede lid, van deze regeling; en b. het benoemen van leden van adviescommissies, die ingesteld worden ten aanzien van voorzieningen en activiteiten, zoals bedoeld in artikel 4. c. het besluiten tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen. d. het besluiten omtrent aanbestedingsprocedures.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel