Naar hoofdinhoud
1. De regeling wordt opgeheven wanneer de raden en de colleges daartoe eensluidend besluiten. 2. In geval van opheffing van de regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt het algemeen bestuur daarvoor de nodige regels. 3. Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de gemeenteraden en colleges gehoord, vastgelegd. 4. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de gemeenten tot deelneming in de financiële gevolgen van de beëindiging van de regeling. 5. Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur van de regeling blijven na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie is beëindigd.

Rechtspraak bij dit artikel