Naar hoofdinhoud
1.. Eén lid van elke fractie krijgt maximaal 3 minuten de gelegenheid om achter een katheder het fractiestandpunt over een onderwerp of voorstel kenbaar te maken. Spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord. 2.. Vervolgens vindt de beraadslaging over een onderwerp of voorstel plaatst in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 3.. Een ieder voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. 4.. Een lid van de raad en de voorzitter kunnen in een vergadering mondeling een voorstel van orde doen. De raad beslist hier direct over. 5.. Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering over het onderwerp het woord ontzeggen. 6.. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten.

Rechtspraak bij dit artikel