Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Toeslagen voor alleenstaanden en alleenstaande ouders

Onderdeel van Toeslagenverordening in het kader van de Wet investeren in jongeren 2009

1.. De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor de jongere in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft. 2.. De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor de jongere (alleenstaande of alleenstaande ouder) in wiens woning één of meer anderen hun hoofdverblijf hebben. 3.. Voor de toepassing van dit artikel worden niet in aanmerking genomen verzorgingsbehoevenden die door de jongere worden verzorgd of personen die de verzorgingsbehoevende jongere/belanghebbende verzorgen. 4.. De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid van de wet bedraagt 5 procent van de gehuwdennorm voor de jongere die met één of beide ouders in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel