1. De bijstand wordt gedurende 1 maand met 15% verlaagd indien belanghebbende: zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het UWV werkbedrijf of het niet tijdig verlengen daarvan.
2. De bijstand wordt gedurende 1 maand met 30% verlaagd indien:
a. belanghebbende niet naar vermogen tracht algemeen geaccepteerd arbeid te verkrijgen;
b. belanghebbende niet of onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar de mogelijkheden van arbeidsinschakeling;
c. er anderszins sprake is van een gedraging die de inschakeling in arbeid belemmert.
3. De bijstand wordt gedurende 1 maand met 50% verlaagd indien:
a. belanghebbende niet of in onvoldoende mate gebruik maakt van een door het dagelijks bestuur aangeboden voorziening als bedoeld in artikel 9, eerste lid onder b en artikel 10, eerste lid van de wet;
b. belanghebbende niet of in onvoldoende mate de door het dagelijks bestuur opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden als bedoeld in artikel 9, eerste lid onder c van de wet naar vermogen verricht;
c. de jongere in de 4 weken na melding en registratie bij het UWV-werkbedrijf niet of in onvoldoende mate inspanningen doet om algemeen geaccepteerde arbeid en/of mogelijkheden in regulier bekostigd onderwijs te verkrijgen en de jongere niet wordt uitgesloten van het recht op bijstand;
d. de jongere in onvoldoende mate meewerkt aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de wet.
4. De bijstand wordt gedurende 1 maand met 100% verlaagd indien:
a. belanghebbende algemeen geaccepteerde arbeid niet aanvaard;
b. sprake is van door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid.
Hoofdstuk 2
Artikel 10
Tekortschieten in het naleven van de arbeidsverplichtingen en de tegenprestatie
Onderdeel van Maatregelenverordening WWB ISD Bollenstreek 2013