Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 13.

Bijdragen en omvang van vervoersvoorzieningen

Onderdeel van Besluit Maatschappelijke ondersteuning gemeente Zwolle

1.. Voor de deelname aan het collectief vervoersysteem als bedoeld in artikel 39 lid 1 van de verordening is de aanvrager per rit een bedrag conform het reguliere openbaar vervoer op basis van de blauwe nationale strippenkaart verschuldigd. 2.. Voor vervoer buiten de gemeentegrens maar binnen 5 openbaar vervoerzones vanaf het woonadres met het regulier collectieve vervoersysteem respectievelijk vervoer op maat, wordt een bedrag van maximaal € 529, - respectievelijk € 1050, - verleend. Het bedrag wordt uitbetaald aan een door burgemeester en wethouders aan te wijzen vervoerder. 3.. Het persoonsgebonden budget voor gebruik van een auto als bedoeld in artikel 39 lid 2 van de verordening bedraagt: a.. € 567,-- per kalenderjaar voor eigen auto of b.. € 301,-- per kalenderjaar voor bruikleen- of leaseauto of c.. € 810,-- indien de auto waarvan gebruik gemaakt wordt speciaal ingericht of aangepast is voor het zittend in een rolstoel vervoeren van een aanvrager die rolstoelafhankelijk is. 4.. Het persoonsgebonden budget voor het gebruik van een auto als bedoeld in lid 3 kan verhoogd worden indien de aanvrager ter voorkoming van dreigende eenzaamheid aangewezen is op contacten buiten het zorggebied. In een dergelijke situatie wordt de verhoging van het persoonsgebonden budget individueel vastgesteld op basis van de vervoersbehoefte, waarbij uitgegaan wordt van de werkelijke kosten van het vervoer verminderd met de kosten van het openbare vervoer. 5.. Indien echtgenoten beiden geïndiceerd zijn voor een vervoersvoorziening als bedoeld in artikel 39 lid 2 sub a van de verordening, wordt het persoonsgebonden budget vastgesteld op niet meer dan anderhalf maal de bedragen genoemd in lid 3. 6.. Indien een aanvrager in een AWBZ-inrichting verblijft, kan de vervoersvoorziening met toepassing van artikel 38 van de verordening, na individuele vaststelling voor familiebezoek worden verhoogd tot maximaal € 746,-- per kalenderjaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel