Indien een belanghebbende met een persoonsgebonden budget een voorziening in eigendom heeft verworven, en hij de voorziening op de door de gemeente bedoelde wijze niet meer gebruikt, dient de belanghebbende de waarde van de desbetreffende voorziening volgens de in artikel 4 lid 2 beschreven afschrijvingssystematiek terug te betalen aan de gemeente.Nabestaanden dienen de waarde van de desbetreffende voorziening volgens de in artikel 4 lid 2 beschreven afschrijvingssystematiek terug te betalen aan de gemeente dan wel de voorziening binnen een redelijke termijn aan de gemeente te schenken.
Bij de terugvordering van de in artikel 4 lid 1 bedoelde waarde, wordt uitgegaan van een gemiddelde afschrijvingstermijn van zeven jaar.
Jaar 1
Jaar 2
Jaar 3
Jaar 4
Jaar 5
Jaar 6
Jaar 7
Voorziening
86%
71%
57%
43%
29%
14%
0%
Indien een belanghebbende met een persoonsgebonden budget een voorziening in eigendom heeft verworven, en hij de voorziening binnen de afschrijvingstermijn van zeven jaar niet meer gebruikt, omdat deze niet meer adequaat is, wordt de waarde van deze voorziening verrekend met een eventueel nieuw toe te kennen persoonsgebonden budget. De waarde van de voorziening is gebaseerd op de afschrijvingssystematiek van artikel 4 lid 2.
Indien belanghebbende een persoonsgebonden budget ontvangt en met de middelen van dit budget een tweedehandsvoorziening wil aanschaffen, dient hij dit bij zijn aanvraag kenbaar te maken. De omvang van het persoonsgebonden budget wordt in dat geval vastgesteld aan de hand van de afschrijvingssystematiek zoals in artikel 4 lid 2 is aangegeven. Dit zijn maximum bedragen. De betaling van het persoonsgebonden budget vindt plaats op basis van de factuur.
Hoofdstuk 1
Artikel 4
Terugvordering en verrekening persoonsgebonden budget
Onderdeel van Besluit Maatschappelijke ondersteuning gemeente Zwolle