Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 8.

Persoonsgebonden budget voor woonvoorzieningen

Onderdeel van Besluit Maatschappelijke ondersteuning gemeente Zwolle

1.. Het persoonsgebonden budget voor woonvoorzieningen op grond van artikel 21 onder b van de verordening wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde die de gemeente aan de leverancier betaalt voor de goedkoopst adequate voorziening of de door burgemeester en wethouders goedgekeurde offerte. 2.. Indien nodig wordt het persoonsgebonden budget verhoogd met het jaarbedrag voor onderhoud en reparatie gebaseerd op het onderhoudscontract van de gemeente bij het verstrekken van de woonvoorziening in natura. Burgemeester en wethouders bepalen per persoonsgebonden budget het aantal jaren dat aan onderhoud en reparatie zal worden opgenomen. Artikel 9. Omvang van de Woonvoorzieningen Het bedrag voor verhuiskosten als bedoeld in artikel 22 lid 1 onder a van de verordening bedraagt maximaal de kosten van overbrenging van de inboedel door een erkend verhuisbedrijf dat burgemeester en wethouders hebben aanvaard. Aanvrager kan de overbrenging ook in eigen beheer uitvoeren tegen referentiekosten waarvan de hoogte door burgemeester en wethouders wordt bepaald. Het bedrag voor stofferingkosten als onderdeel van de verhuis- en herinrichtingskosten als bedoeld in artikel 22 lid 1 onder a van de verordening is: voor één of tweepersoonshuishouden: € 2.192,--; voor elk gezinslid meer: € 275,--. Voor de persoon die overeenkomstig artikel 29 van de verordening op verzoek van de gemeente verhuist, wordt het bedrag conform artikel 11g van het Besluit beheer sociale huursector vastgesteld. De grens voor het toepassen van het primaat van de verhuizing is € 10.247,--. De hoogte van de woonvoorziening als bedoeld in artikel 22 lid 1 onder b van de verordening bedraagt 100% van de in aanmerking komende kosten. De hoogte van de woonvoorziening als bedoeld in artikel 22 lid 1 onder c van de verordening bedraagt 100% van de in aanmerking komende kosten. In afwijking van het voorgaande lid wordt een vergoeding voor het aanschaffen of vervangen van huisraad, meubilair en stoffering verleend als een tegemoetkoming waarvan de hoogte wordt bepaald aan de hand van de richtprijzen die door de gemeente Zwolle gehanteerd worden bij de bijzondere bijstandsverlening in het kader van de Wet werk en bijstand. Het bedrag voor een woonvoorziening als bedoeld in artikel 22 lid 1 onder f van de verordening bedraagt de werkelijke kosten van het tijdelijk betrekken van woonruimte, gemaximeerd tot het bedrag van de maximaal subsidiabele huur, zoals jaarlijks wordt vastgesteld in het onderdeel Huurtoeslag van de belastingdienst; Het bedrag voor een woonvoorziening als bedoeld in artikel 22 lid 1 onder g van de verordening bedraagt de daadwerkelijk gederfde huurinkomsten,gemaximeerd tot het bedrag van de maximaal subsidiabele huur, zoals jaarlijks wordt vastgesteld in het onderdeel Huurtoeslag van de belastingdienst; Het bedrag voor het bezoekbaar maken van een woonruimte als bedoeld in artikel 25 lid 4 van de verordening bedraagt maximaal € 5.479,--. De aanpassingskosten als bedoeld in artikel 28 lid 3 van de verordening bedragen maximaal € 1.022,--.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel