Als een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt ten opzichte van het college of zijn ambtenaren, onder omstandigheden, die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de WWB, de IOAW respectievelijk IOAZ, wordt een maatregel opgelegd van minimaal 20% van de bijstandsnorm dan wel de grondslag IOAW/IOAZ gedurende één maand.
In afwijking van het eerste lid kan een maatregel worden opgelegd van 100% van de bijstandsnorm dan wel grondslag IOAW/IOAZ, als binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel als bedoeld in het eerste lid, is opgelegd, sprake is van eenzelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging. Het besluit waarbij van het opleggen van een maatregel om dringende redenen wordt afgezien, wordt gelijkgesteld met een besluit tot het opleggen van een maatregel.
Van het opleggen van de maatregel bedoeld in het eerste lid kan, als er sprake is van verbaal geweld, worden afgezien en worden volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij het verbale geweld plaatsvindt binnen een periode van twaalf maanden te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een schriftelijke waarschuwing in verband met ernstige misdragingen is gegeven.
Hoofdstuk 5
Artikel 12
Zeer ernstige misdragingen
Onderdeel van Maatregelverordening WWB, IOAW en IOAZ gemeente Overbetuwe 2010 (eerste wijziging)