Als de belanghebbende naar het oordeel van het college tekortschietend besef van verantwoordelijkheid toont voor de voorziening in het bestaan of de uit de WWB, de IOAW respectievelijk de IOAZ en de uit artikel 30c, tweede en derde lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen voortvloeiende verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, waaronder begrepen het zich ten opzichte van het college zeer ernstig misdragen, wordt overeenkomstig deze verordening een maatregel opgelegd.
Een maatregel wordt afgestemd op:
de ernst van de gedraging;
de mate van verwijtbaarheid van de gedraging; en
de omstandigheden waarin de belanghebbende verkeert.
Hoofdstuk 2
Artikel 2
Opleggen van een maatregel
Onderdeel van Maatregelverordening WWB, IOAW en IOAZ gemeente Overbetuwe 2010 (eerste wijziging)