Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 2.8

- Vermogensvorming

Onderdeel van Algemene subsidieverordening gemeente Best 2010

1.. Voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming,is de subsidieontvanger een vergoeding verschuldigd aan het college. De vergoeding is slechts verschuldigd indien: de subsidieontvanger voor de gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde goederen vervreemdt of bezwaart of de bestemming daarvan wijzigt; de subsidieontvanger een schadevergoeding ontvangt voor het verlies of beschadiging van voor de gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde goederen; de gesubsidieerde activiteiten geheel of gedeeltelijk worden beëindigd; de subsidieverlening of de subsidievaststelling wordt ingetrokken of de subsidie wordt beëindigd; de rechtspersoon die de subsidie ontving wordt ontbonden; het vermogen niet wordt aangewend om de statutaire doelstelling te dienen; het deel van het eigen vermogen dat naar evenredigheid in de totale baten toe te rekenen is aan de gemeentelijke subsidie meer bedraagt dan 25% van de totale jaarlijkse gemeentelijke subsidie. 2.. Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van zaken wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen. 3.. Waardebepaling van onroerende zaken geschiedt door een onafhankelijke deskundige. 4.. De vergoeding wordt vastgesteld binnen een jaar nadat het college op de hoogte is geraakt of zou kunnen zijn geraakt van de gebeurtenis die het recht op vergoeding deed ontstaan, doch in ieder geval binnen vijf jaren na de bekendmaking van de laatste beschikking tot subsidievaststelling. 5.. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de vaststelling van de hoogte van de vergoeding.

Rechtspraak bij dit artikel