Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.

Het opleggen van een maatregel

Onderdeel van Maatregelverordening WWB, IOAW en IOAZ 2013

1.. De belanghebbende die naar het oordeel van het college tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan toont, dan wel de uit de WWB, IOAW, IOAZ, of de uit artikel 30c SUWI voortvloeiende verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, waaronder begrepen het zich jegens het college zeer ernstig misdragen, wordt overeenkomstig deze verordening een maatregel opgelegd. 2.. De maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de verwijtbaarheid de belanghebbende kan worden verweten en de omstandigheden waarin hij verkeert.

Rechtspraak bij dit artikel